Westland Metaalbewerking

Lassen aluminium

Lassen aluminium draait om de oxidehuid, de warmte en de juiste techniek

Lassen aluminium lijkt op papier op het lassen van staal, maar wie het ooit geprobeerd heeft, weet dat het materiaal zich heel anders gedraagt. Aluminium heeft een taaie oxidehuid, voert warmte razendsnel af en verandert nauwelijks van kleur voordat het smelt. Op deze pagina leggen wij uit wat daar natuurkundig achter zit en waarom de keuze tussen TIG en MIG ertoe doet. Het gaat hier om algemene lastechniek, dus om de principes die voor iedere lasser gelden, en niet om een recept dat voor elk werkstuk hetzelfde is. Wij lassen al ruim twintig jaar met TIG en MIG, waarbij TIG onze specialiteit is, en merken dagelijks hoeveel verschil begrip van het materiaal maakt. Wie snapt waarom aluminium zo reageert, kan ook beter inschatten wat een goede las kost en waarom.

Metaalbewerking Den Haag, Rotterdam, Vlaardignen regio's Mig Mag lassen wat is het

Onze aanpak

Lassen aluminium begint bij de oxidehuid

Wie aan lassen aluminium begint, heeft eerst te maken met de oxidehuid. Zodra aluminium met lucht in aanraking komt, vormt zich een dun laagje aluminiumoxide op het oppervlak. Dat laagje beschermt het metaal goed tegen corrosie, maar het smelt pas rond tweeduizend vijftig graden. Het aluminium eronder smelt al rond zeshonderdzestig graden. Die enorme kloof is de kern van het probleem: het metaal is al vloeibaar terwijl de huid erop nog vast is.

Laat je die oxidehuid zitten, dan drijven stukjes oxide in het smeltbad en ontstaan insluitingen. Het vloeibare metaal loopt ook slecht samen met het basismateriaal, waardoor een naad er van buiten dicht uit kan zien terwijl er van binnen een zwakke plek zit. Daarom wordt in het algemeen eerst mechanisch gereinigd, bijvoorbeeld met een aparte RVS-borstel die nooit op staal is gebruikt, en wordt het oppervlak ontvet. De oxidehuid groeit na het borstelen wel direct weer aan, dus veel lassers laten er niet te veel tijd tussen zitten.

Tijdens het lassen zelf moet de oxidehuid ook worden opengebroken. Bij TIG gebeurt dat meestal met wisselstroom: in de ene helft van de periode helpt de stroomrichting de oxide los te breken, in de andere helft gaat de warmte vooral het materiaal in. Bij MIG op aluminium zorgt de gebruikelijke polariteit voor een vergelijkbaar reinigend effect. Het blijft daarnaast belangrijk dat het beschermgas de lucht goed weghoudt, want anders vormt zich meteen nieuwe oxide.

Waarom Westland Metaalbewerking

Warmteafvoer bij lassen aluminium en waarom het materiaal zich anders gedraagt

Het tweede grote verschil bij lassen aluminium is de warmteafvoer. Aluminium geleidt warmte ruwweg drie tot vier keer zo goed als gewoon staal en nog veel beter dan RVS. De warmte die de lasboog in het materiaal brengt, stroomt dus snel weg naar de rest van het werkstuk. Aan het begin van een naad lijkt het daardoor alsof er niets gebeurt: het smeltbad komt maar moeilijk op gang, omdat het koude materiaal eromheen de warmte direct opzuigt.

Na een paar centimeter draait dat beeld om. Het hele werkstuk is dan opgewarmd, de warmte kan nergens meer heen en het smeltbad wordt ineens groter. Wie dan niet bijstuurt, loopt het risico dat de naad te breed wordt of dat het materiaal doorzakt. Een lasser moet bij aluminium dus voortdurend de warmte-inbreng aanpassen, met de stroom, de snelheid of beide. Dikke stukken worden in het algemeen vaker voorverwarmd om dat startprobleem te verkleinen, dunne stukken juist niet, omdat die al snel te heet worden.

Wat het extra lastig maakt, is dat aluminium niet gaat gloeien. Staal kleurt rood en daarna oranje als het heet wordt, zodat je ziet wat er gebeurt. Aluminium blijft vrijwel dezelfde kleur tot het ineens smelt. Een lasser leest het smeltbad daarom aan de glans en de beweging van het oppervlak, niet aan de kleur. Dat vraagt ervaring, en het verklaart waarom een aluminium las van een onervaren hand vaak te koud begint en te heet eindigt.

Team Westland Metaalbewerking

Specialisme

TIG of MIG bij lassen aluminium

Bij lassen aluminium zijn TIG en MIG de twee gangbare processen, en ze hebben elk hun eigen sterke kant. Bij TIG brandt de boog tussen een wolfraamelektrode die niet afsmelt en het werkstuk. De lasser voegt met de andere hand los toevoegmateriaal toe. Daardoor zijn warmte en toevoeging apart te regelen, wat veel controle geeft. TIG is in het algemeen de voorkeur bij dun materiaal, zichtbare naden, kleine reparaties en werk waarbij precisie belangrijker is dan snelheid.

Bij MIG is de lasdraad zelf de elektrode. De draad wordt automatisch aangevoerd en smelt continu af in het smeltbad. Dat maakt MIG een stuk sneller, vooral bij langere naden en dikker materiaal. Aluminiumdraad is wel zacht en kan bij het doorvoeren knikken of vastlopen, dus de draadaanvoer vraagt bij aluminium meer aandacht dan bij staal. Ook is de warmte minder fijn te doseren dan bij TIG, wat bij dunne plaat sneller tot doorbranden leidt.

In beide gevallen wordt als beschermgas meestal zuiver argon gebruikt, soms met helium erbij voor extra warmte bij dik materiaal. Wij lassen met beide processen en kiezen per werkstuk welke het beste past bij de dikte, de vorm en het aantal stuks. TIG is onze specialiteit, maar dat betekent niet dat het altijd de beste keuze is. Een lange naad aan een robuust frame kan met MIG net zo goed en sneller.

Mig Mag Lassen

Werkwijze

Lassen aluminium in de praktijk: van techniek naar een goede naad

Lassen aluminium in de praktijk betekent dat oxidehuid, warmte en proceskeuze samenkomen in een naad die moet houden. Een veelvoorkomend probleem is porositeit: kleine gasbelletjes in de las. Die ontstaan vooral door waterstof, afkomstig uit vocht, vet of vuil op het materiaal of de lasdraad. Vloeibaar aluminium neemt waterstof gemakkelijk op en laat het bij het stollen weer los, maar dan zit het metaal al half vast. Schoon materiaal en droog toevoegmateriaal zijn daarom geen luxe, maar voorwaarde.

Een tweede aandachtspunt is warmscheuren. Sommige aluminiumlegeringen zijn gevoelig voor scheurtjes die tijdens het stollen ontstaan, zeker als er zonder of met het verkeerde toevoegmateriaal wordt gelast. Daarom wordt in het algemeen een toevoegmateriaal gekozen dat past bij de legering en de toepassing. Ook de sterkte verdient aandacht. Bij legeringen die door een warmtebehandeling hun sterkte hebben gekregen, zakt de sterkte in de zone naast de las vaak flink terug. Een constructeur houdt daar bij het ontwerp rekening mee.

Wij merken dat klanten vaak verrast zijn door hoeveel van het werk vooraf gebeurt. Schoonmaken, passen en de juiste volgorde bepalen, kost bij aluminium soms meer tijd dan het lassen zelf. Heeft u een onderdeel dat gelast moet worden, of twijfelt u of uw ontwerp zich goed laat lassen, stuur dan een tekening of foto. Wij denken mee over constructie en naadpositie en zeggen eerlijk wanneer lassen niet de beste oplossing is.

Lees ook: Lassen van aluminium.

Diensten

Metaalbewerking van ontwerp tot montage

Wij bewerken staal, RVS en aluminium, en daarnaast regelmatig koper, messing en kunststoffen. Bekijk hieronder een greep uit onze diensten.

Ervaringen

Wat klanten over ons zeggen

  • Westland Metaalbewerking is een echte aanrader! Of het nu gaat om complexe constructies of eenvoudige onderdelen, zij weten alles vakkundig en nauwkeurig te realiseren.

    Jesse Olsthoorn Avatar Jesse Olsthoorn

    Wij werken al jaren samen met Mike Zwinkels en zijn team van Westland Metaalbewerking voor diverse projecten, zowel grote als kleine. En keer op keer bewijst dit bedrijf een... lees meer

    Sebastiaan Zwinkels Avatar Sebastiaan Zwinkels
  • Zeer tevreden met onze proffesionele , industriele keuken , speciaal voor het vervaardigen van massage olie en balsems!Super bedankt voor jullie meedenken en service !! Toco Tholin BV Naaldwijk.

    Ciska Bosman Van Riet Avatar Ciska Bosman Van Riet

    Mike denkt met je mee en levert maatwerk. Hij is heel inventief en creatief en oplossingsgericht!

    Dorine Visser Avatar Dorine Visser
  • Goed bedrijf! Helpt je snel en is geen klus te gek. Zeker aan te raden

    Nick vd Kleij Avatar Nick vd Kleij

    Beste peer die Mike, denkt met je mee en staat snel voor je klaar. Man met 2 rechterhanden.

    Stefan Boelie Avatar Stefan Boelie
  • Had even een snelle spoedklus en kon direct langskomen. Mooi werk afgeleverd en een meer dan schappelijke prijs !

    Rick Buddingh Avatar Rick Buddingh

    Super fijn service. Mooi maatwerk en creatief met het zoeken naar oplossingen. Aanrader.

    Renske Avatar Renske

FAQ

Veelgestelde vragen over lassen aluminium

Waarom is lassen aluminium lastiger dan het lassen van staal?

Aluminium heeft een aantal eigenschappen die samen het lassen lastiger maken. De oxidehuid op het oppervlak smelt pas bij ongeveer tweeduizend vijftig graden, terwijl het metaal zelf al rond zeshonderdzestig graden vloeibaar wordt. Daarnaast voert aluminium warmte veel sneller af dan staal, waardoor de warmte-inbreng tijdens de naad steeds verandert. Het materiaal geeft ook geen gloeikleur, dus je ziet niet goed wanneer het bijna smelt. Verder is vloeibaar aluminium gevoelig voor waterstof, wat porositeit kan geven. Elk van die punten is op zich te beheersen. De combinatie vraagt echter ervaring en een schone, zorgvuldige werkwijze.

Bij het lassen van aluminium wordt in het algemeen zuiver argon als beschermgas gebruikt, zowel bij TIG als bij MIG. Argon is een edelgas en reageert niet met het smeltbad. Het schermt de las af van zuurstof en vocht uit de lucht. Bij dikker materiaal wordt soms een mengsel van argon en helium gebruikt. Helium zorgt voor een hetere boog en een diepere inbranding, wat helpt tegen de grote warmteafvoer van dik aluminium. Actieve gassen met koolzuur, zoals bij het lassen van staal gebruikelijk is, zijn voor aluminium niet geschikt. Welk gas in een specifiek geval het beste werkt, hangt af van de dikte en de toepassing.

Staal verandert van kleur als het heet wordt. Het gaat van donkerrood naar oranje en geel, zodat een lasser of smid aan de kleur kan zien hoe warm het is. Aluminium doet dat nauwelijks. Het smeltpunt ligt rond zeshonderdzestig graden, en dat is te laag om zichtbaar te gaan gloeien voordat het metaal vloeibaar wordt. Daarbij blijft de oxidehuid op het oppervlak zitten, waardoor het er van buiten nog vast uitziet. Het gevolg is dat aluminium zonder waarschuwing kan inzakken. Een lasser let daarom op de glans van het smeltbad en op hoe het vloeit. Dat is een vaardigheid die je vooral met veel uren leert.

Porositeit zijn kleine holtes of gasbelletjes in een las. Bij aluminium wordt dat vooral veroorzaakt door waterstof. Vloeibaar aluminium kan veel meer waterstof opnemen dan vast aluminium. Tijdens het stollen wil dat gas ontsnappen, maar een deel blijft opgesloten in het metaal. Waterstof komt uit vocht, vet, olie of vuil op het werkstuk, op de lasdraad of in de omgeving. Een beetje porositeit is niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar kan de las wel verzwakken of bij een bak of leiding tot lekkage leiden. Grondig reinigen, droog toevoegmateriaal en een goede gasbescherming zijn de gebruikelijke manieren om het te beperken.

Dat is niet in het algemeen te zeggen. Zowel een TIG-las als een MIG-las kan sterk zijn, mits de naad goed is doorgelast en vrij is van porositeit en insluitingen. De sterkte hangt vooral af van de legering, het toevoegmateriaal, de voorbereiding en de vakkundigheid van de lasser. TIG geeft meer controle, wat bij dun materiaal en lastige posities vaak een beter resultaat oplevert. MIG brengt sneller veel materiaal aan en is daardoor bij dikke platen en lange naden efficiënt. Wij kiezen per werkstuk welk proces past. Belangrijker dan de naam van het proces is of de las goed is uitgevoerd.

Scheuren in een aluminium las ontstaan meestal tijdens het stollen en afkoelen. Dit heet warmscheuren. Aluminium krimpt flink als het afkoelt, en als het werkstuk vastzit of stijf is ingeklemd, komen er spanningen op de naad. Sommige legeringen hebben daarbij een stollingstraject waarin het metaal half vloeibaar en erg zwak is. Lassen zonder toevoegmateriaal of met een toevoegmateriaal dat niet bij de legering past, vergroot die kans. Ook de eindkrater aan het eind van een naad is een bekende plek voor scheurtjes. Door de juiste combinatie van legering en toevoegmateriaal te kiezen en de naad goed af te sluiten, is het risico goed te verkleinen.

Dat hangt af van de dikte en de vorm van het werkstuk. Bij dun aluminium is voorverwarmen in het algemeen niet nodig en zelfs onverstandig, omdat het materiaal dan sneller te heet wordt en doorzakt. Bij dikke delen kan voorverwarmen juist helpen. Het koude materiaal voert de warmte dan minder snel af, waardoor het smeltbad aan het begin van de naad sneller op gang komt en de las beter samenloopt. Er is wel een grens: bij legeringen die hun sterkte uit een warmtebehandeling halen, kan te veel of te lang verwarmen die sterkte verlagen. Voorverwarmen is dus maatwerk en geen standaardstap.

Dat kan, afhankelijk van de legering. Aluminium dat zijn sterkte haalt uit koudvervormen of uit een warmtebehandeling, verliest in de zone naast de las een deel van die sterkte. De warmte van het lassen maakt het effect van die behandeling daar gedeeltelijk ongedaan. Bij zachte, niet geharde legeringen is het verschil kleiner. In de praktijk betekent dit dat een constructeur bij gelaste aluminium constructies rekening houdt met een lagere sterkte rond de naad. Soms wordt de naad daarom op een minder belaste plek gelegd of wordt het materiaal iets dikker gekozen. Wij denken daar graag over mee als u een ontwerp heeft.

Contact

Heeft u een project in gedachten? Wij denken graag met u mee.

Neem vrijblijvend contact op voor advies of een offerte op maat.